Tuesday, February 15, 2022

April:

 

In de nagelbijtende regen

hangt haar jurk te druipen

haar vingers zingen een aanverwant lied

gestroopt uit hemelkoren

en bevlekt met zonnehoeden

ik voel en draag de zadenkam

als een ruisende zee van kinderkoren

het geluid ontpopt uit de aren

en de zandlopers rollen van onder lakens

door het trappelen van de stad

zij past de lente rond haar voeten

deze dag een pasgeboren nederzetting

vol groenogige hemels

 Une Femme Atlantide:

Onder de spiegelplafonden stippelt de dalmatiër een spoor van paarlen uitwerpselen

Als knarsend witte gestileerde zeetranen

Belletjes rinkelen in het haar van een bezoende Atlantide

Je handen zijn visioenen die dichtvouwen in het ochtendlicht

Doorheen  de ramen hijgen rijmen condenseren zich een weg naar binnen

Je tuimelt vorstelijk doorheen een landschap van lakens

Verwacht geen tegenstand van donsgeroffel of het geknal van vederlichte kanonnen

De tuin werpt groene lianen van licht om heen je besneeuwde wimpers

En bind de hartstocht in je natuur als ware het een geheime kolonie

Het verborgen stratenplan onder je nachtjapon met zo hier en daar het schijnsel van lantaarnen

Als een vermoeden .

Oude boulevards gevuld met trillende jasmijnen waar prinsenzonen, dichter en allerhande driftig uit plukken vullen hun longen met lentebriesjes

De warmte floreert uit de ivoren radiotor kruipt als een pasgeboren muis uit een slagtand

Vingernagels drukken op marmeren kolommen je ruggengraat verzendt tranen van genot

jouw huid een bühne die kreunt om eindeloos theater van zoenen

Schuimvlinders drenkelingen met bruisende vleugels

Dansend in aardbevingen en tsunami’s

Bloemenzeeën die

Verstuiven

Onaards

Het zwijgen van

Penselen


 

Tussentijd:

De torens beklagen benige hoeken in het kale ijsgroene water

Het hart verstild in ruisende vloeibare ramen huilend als irisloze ogen

Adonis recht zijn wenkbrauwen en niest stukjes maneschijn gevangen in snot de diepte in

Hier waar zwanen met kanten veren hun vliezen likken als ware het zoenoffers

Vullen de lege uren zich als emmers aan de armen  van jonkvrouwen

Die bloemen scheppen losgebroken uit de stadshagen na een zomerstorm

De zachte koele gloed van hun helwitte gezichten gonst in de avondlucht

Men roemt hun stilzwijgen waardoor hun schoonheid beter te beluisteren valt

Tuesday, December 11, 2018


De geur van avondhout in de winterlucht

Als bij de zomercicaden onder het laatlicht

Met elkaar verbonden langs onbestaande tijden

Dezelfde plaatsen op andere momenten

Zich omhullen met andere gezichten